|
De geschiedenis van de CavalierDe Cavalier is al sinds de 16e eeuw terug te vinden op veel schilderijen. De hondjes waren zeer geliefd bij vorstenhuizen. Ze zijn zelfs vernoemd naar Karel II. Toen de mopshondjes in de mode kwamen, betekende dit bijna het einde van de Cavalier, maar mede dankzij de inzet van Roswell Eldridge, kunnen wij nu nog genieten van deze heerlijke hondjes. De Toy Spaniel Geliefd bij vorstenhuizen Op een portret van Henrietta van Orleans, zuster van Karel II, is zij door Mignard in 1665 afgebeeld met een Blenheim Spaniel op schoot. Zij is het waarschijnlijk geweest die Karel II liet kennismaken met deze kleine hondjes. Later zouden deze zelfs naar hem vernoemd worden. Karel was zo weg van deze hondjes dat hij bepaalde dat ze in ieder openbare ruimte toegelaten moesten worden. John Evelyn, dagboekschrijver van Karel II, schrijft: 'Hij genoot er van als een aantal kleine Spaniels met hem meeliep en in zijn slaapkamer ging liggen.' Ook van Koniging Mary van Schotland was bekend dat zij verknocht was aan haar Toy Spaniel. Het verhaal gaat dat het kleine hondje zicht tijdens haar onthoofding had verscholen onder haar rokken. Vooral tijdens de regeringsperiode van het koningshuis Tudor waren de Toy Spaniels erg populair bij de dames aan het hof. Toen de Stuarts aan de macht kwamen kregen ze zelfs de koninklijke titel King Charles Spaniel. Charles II werd altijd omringd door enkele Cavaliers, zijn lievelingsras. In de 19e eeuw fokten de Hertogen van Marlborough in Blenheim palace rood-witte Toy-Spaniel. Zij waren zeer geliefd als jachthond en als gezelschap voor de dames. Sarah, Hertoging van Marlborough, had ook een Spaniel waar ze veel steun van ondervond toen haar echtgenoot ten oorlog was getrokken. Bezorgd wachtend op bericht over haar man, zou zij steeds weer haar duim op het hoofd van de Spaniel gedrukt hebben. Toen dit teefje later puppues kreeg, hadden ze allemaal de 'duimafdruk'-afteking op hun hoofd. Tegenwoordig is deze ruitvormige vlek of 'spot' een gewaardeerd raskenmerk. Koningin Victoria stond bekend om haar dierenliefde, maar van al haar huisdieren was Dash, een mooie driekleurige Spaniel, haar lieveling. Op schilderijen van Sir Edwin Landsheer, daartoe opgedragen door Koningin Victoria en nu in het bezit van de verzameling van Hare Majesteitt de Koningin, is Dash te zien met grote, ronde ogen, een bijna vlakke schedel en van een type zoals wij die tegenwoordig ook vaak zien. Een ander schitterend schilderij van Landseer vinden wij in de Tate Gallery collectie in Londen. Het heet 'Cavaliers Pets'. Het is in 1845 geschilderd en toont een Blenheim, met een volmaakte spot en een driekleur, naast elkaar liggend. Op de meeste schilderijen uit de 17e eeuw en later, die zich in de kunstgaleriien in Europese steden bevinden, zien wij Cavaliers afgebeld als een gezinshond. Dash en Cavaliers Pets zijn op grote schaal gereproduceerd in de vorm van miniaturen of briefkaarten. Samen met de beeldjes uit Staffordshire die bekend staan als de 'Wally Dogs' en die in het Victoriaanse tijdperk zo populair werden, zijn ze op menige schoorsteenmantel in de huizen van Cavalier liefhebbers terug te vinden. De korte voorsnuit
in de mode Vroeger waren er nog geen hondententoonstellingen en werd er nog niet volgens bepaalde rasstandaarden gefokt. Dit had als gevolgd dat er binnen één ras grote verschillen bestonden in type en grootte. Tijdens de regering van koningin Elizabeth begon men echter met het organiseren van hondenshows. Het fokken van honden werd toen ook serieuzer aangepakt. Fokkers probeerden een bepaald standaardtype te verkrijgen. Bij de King Charles Spaniel streefde men, onder invloed van de heersende mode, naar een korte snuit, hooggewelfde schedel en laag aangezette oren. Dit type werd rond 1850 door selectief fokken en inkruisen van andere rassen ook bereikt. Oprichting Toy Spaniel
Club
Deze kleurbenamingen waren van toepassing voor de kortsnuitige King Charles Spaniels, maar ze komen nog bij beide rassen voor. Alleen de benamingen voor driekleur en black en tan zijn in plaats van de vroegere benamingen gekomen. Roswell Eldridge looft
beloning uit Blenheim Spaniels van het Oude Type, zoals afgebeeld op schilderijen uit de tijd van Karel II, lange voorsnuit, vlakke schedel, niet gewelfd, met een spot bovenop de schedel. De eerste prijs van 25 pond in de klassen 947 en 948 worden uitgeloofd door Roswell Eldridge uit New York, USA. De prijzen worden uitgeloofd voor de honden die dit gewenste type het dichtst benaderen. Roswell loofde dus een een beloning van ƒ 25,00 (in die tijd een heel bedrag) uit voor de beste teef en reu die overeenkwamen met de exemplaren uit de tijd van Charles II. Bij de mededeling werd een afbeelding van Landseer's Cavaliers Pets geplaatst. Al eerder, in 1924, had Chow Chow fokker, Mrs Hewitt Pitt een blenheim King Charles Spaniel teef gekocht als kadootje voor haar moeder. Toen ze met de teef, die Waif Julia heette, naar Miss Brunne van de Hentzau King Charles Spaniel ging om haar te laten dekken, kreeg zij te horen dat de teef ingeschreven zou kunnen worden in de klas waarvoor Roswell Eldridge zijn geldprijs had uitgeloofd. Waif Julia werd in deze klas ingeschreven en won de klas en de geldprijs. Deze beloning werd vijf jaar lang ter beschikking gesteld. De King Charles fokkers namen dit niet erg serieus. Zij waren jarenlang bezig geweest om de lange snuiten weg te krijgen en waren daarom niet er enthousiast. Toen er na vijf jaar geen prijzen meer werden uitgeloofd was er nog slechts een enkeling bereid om het experiment voort te zetten. Onder leiding van Mrs Hewitt Pitt (Ttiweh Kennel) ging een klein groepje verder om de oorsproonkelijke Spaniels met de langere voorsnuit terug te fokken. Ze had ruime ervaring in de hiondenfokkerij: haar vader had meegewerkt aan het opzetten van de Basset Hound fokkerij in Engelenad rond 1880. Na vijf jaar was er nog weinig bereikt. De kennelclub vond dat het ras nog niet voor erkenning in aanmerking kon komen, omdat er nog teveel verschil in type was en de aantallen erg klein waren. Rond deze tijd overleed Mr. Eldridge. Helaas heeft hij niet meer mogen meemaken wat zijn vriendelijke gebaar voor reslutaat heeft gehad. Mrs Hewitt Pitt bezocht in 1978 de Golden Jubilee Show van de Cavalier King Charels Spaniels Club en zij zag het resultaat van haar noeste arbeid in het grote aantal ingeschreven Cavaliers op die dag. Ze overleed in december van hetzelfde jaar. Tegenwoordig vinden wij haar kennelnaam terug in stambomen van alle tegenwoordige Cavaliers over de hele wereld. Cavalier King Charles
Spaniel Club Tevens werd er een rasstandaard opgesteld. Het bestuur verzamelde zoveel mogelijk afbeeldingen van Toy Spaniels door de eeuwen heen en spreidde ze uit op tafel, samen met Ann's Son, die als levend voorbeeld werd gebruikt. Er werden punten toegekend voor de diverse kenmerken, in totaal 100. Veel aandacht werd gegeven aan het hoofd en niet minder dan 55 punten werden toegekend aan de verschillende onderdelen van het hoofd, ogen, oren, schedel etc. hoewel onder Algemeen Voorkomen werd bepaald dat de honden 'levendig, sportief en zonder angst' moesten zijn. De start van de engelse club verliep zeer moeizaam, maar doordat bekende fokkers behulpzaam waren en advies verleenden kwam het toch langzaam op gang. Op de eerste bijeenkomst, Crufts Show 1928, werd de eerste standaard van het ras opgesteld. Als levend voorbeeld diende Ann's Son, een cavalier van mrs. Walker. Bovendien hadden de leden alle reproducties met Toy Spaniels uit de 16e tot 18e eeuw die men had kunnen vinden, verzameld om als voorbeeld te dienen voor de standaard. Gelijktijdig sprak men af, dat het ras zoveel mogelijk beschermd moest worden tegen mode invloeden en trimmen werd dan ook verboden. Ontwikkeling van het
ras In de eerste jaren waren er geen klassen voor Cavaliers op de tentoonstellingen in Engelenad en ze moesten worden ingeschreven in klassen die open stonden voor honden van rassen waar nog geen normale klassen voor bestonden en er waren nog geen kampioenschappen te winnen, waardoor de meeste serieuze fokkers nauwelijks aandacht hadden voor dit onbekende ras. De kleine groep enthousiastelingen hield stug vol en in 1945 werd het ras door de Engelse Kennelclub erkend en het jaar daarop werden reeds de eerste kampioenschapschapsclubmatch gehouden ion de School of Drama, Alverston, Stratford-on-Avon. Beste van het ras werd Daywell Roger en hij werd eerste Cavalier kampioen. Ook als dekreu was hij zeer succesvol, elf van zijn kinderen werden kampioen en hun kinderen hadden weer grote invloed op het ras. In deze tijd werd de rasstandaard herzien en het oorspronkelijke puntensysteem, waarbij zoveel nadruk was gelegd op het hoofd, verdween. In de nieuwe standaard kwam onder Algemeen Voorkomen te staan dat de honden 'levendig, sierlijk en harmonisch gebouwd moeten zijn, absoluut zonder angst en sportief van karakter, heel vrolijk en zonder trimmen of kunstmatig kleuren'. De Cavalier in Nederland Na verloop van tijd gingen meerdere liefhebbers het
ras showen en fokken. De aantallen bleven echter zeer beperkt ten
opzichte van andere in Nederland voorkomende rassen. Echter, mede
door zijn vrolijke karakter en zijn handige maat raakten steeds
meer mensen in de ban van de Cavalier. Op dit moment hebben een
groot aantal gezinnen in Nederland het voorrecht een Cavalier te
bezitten. |